Naar boven

De Volkskrant - Reportage Winkelcrisis

15 februari 2019 - Redactioneel
Vrijdag 15 februari 2019 verscheen er een artikel in de Volkskrant, welke naadloos aansluit bij het initiatief van Ons Magazijn! Hieronder hebben we de tekst voor je staan, lees mee en neem een kijkje in de wereld van de lokale winkelier!

Jonathan Witteman 15 februari 2019, 17:27
Bron: De Volkskrant
Link: www.volkskrant.nl/kijken,kijken,onlinekopen

Als winkelstraten verloederen, of iconische winkels alsIntertoys dreigen te verdwijnen, vinden klanten dat jammer. Maar het komt doordat ze hun spullen vaak liever bestellen in webshops, zonder gebruik te maken van de expertise van winkeliers en tegen een prijs waarmee zij niet kunnen concurreren. 

Barry Witte dacht dat hij alles wel had gezien, qua het goudlokjesgedrag van de klant in het webwinkeltijdperk, maar laatst deed iemand hem toch weer perplex staan. Een jongeman stapte gitaarwinkel Dirk Witte binnen en vroeg of hij een Gibson mocht uitproberen. Witte (38), derde generatie-eigenaar van de roemruchte gitaartoko, had de Gibson in kwestie niet op voorraad, maar kon hem wel bestellen, bood hij aan. ‘Nee’, zei de klant teleurgesteld, ‘ik kan hem op Marktplaats kopen, maar ik wil hem eerst vastgehouden hebben.’ Op Marktplaats had hij de gitaar tweedehands voor de helft van de prijs gezien, vertelde hij, en voordat hij de gok aandurfde hoopte hij in de dichtstbijzijnde muziekwinkel eerst een testritje te maken met eenzelfde exemplaar. Alsof Dirk Witte, al decennia een begrip onder gitaristen, een veredelde etalage was van Marktplaats.nl.

Zoals Goudlokje in het sprookje stiekem de stoelen, pap en bedden van de drie beren uitprobeerde en daarna hard wegrende, zo gebruiken klanten de kleine middenstander tegenwoordig massaal om ideeën op te doen of spullen uit te proberen, om daarna voor een grijpstuiver voordeel weg te rennen naar Bol.com en andere online concurrenten. Nu met Intertoys weer een icoon uit de Nederlandse winkelstraat dreigt te verdwijnen – de geplaagde speelgoedketen vroeg dinsdag uitstel van betaling aan, dikwijls de voorbode van een bankroet – vinden winkeliers het hoog tijd om de klant eens een spiegel voor te houden.

Want we zeggen wel dat we het jammer vinden dat winkelstraten verloederen, maar de pakketbezorgers die elke avond als een Sint Maartenoptocht van witte bestelbusjes door onze buurten rijden, vertellen een ander verhaal. Als we echt willen voorkomen dat onze stadsharten langzaam veranderen in slaapwijken vol dichtgespijkerde of afgeplakte winkelpuien, dan zullen we ons koopgedrag moeten aanpassen. Anders, zoals de Britse retailgoeroe Mary Portas het uitdrukt, offeren we onze gemeenschappen op het altaar van gemak en koopjes.

Dik blauw mannetje
Bij de Woerdense ‘winkelteller’ Locatus, de cartograaf van de Nederlandse winkelstraat, stuitte directeur onderzoek Gertjan Slob onlangs op een cijfer waarvan hij bijna van zijn stoel viel. Niet dat Slob en zijn Locatus-collega’s snel verbaasd zijn: er kan in onze winkels bij wijze van spreken nog geen plank verzakken of pot sperziebonen kapotvallen of Locatus maakt er een taartdiagram van. Dus toen de winkelleegstand begin dit jaar opnieuw iets bleek gedaald, van 7 procent naar 6,7 procent, leek er niets nieuws onder de zon. Hoe slecht het de detailhandel de laatste jaren ook verging, de leegstand bleef beperkt omdat er een schier eindeloze stroom lunchrooms, massagesalons, manicures, juicebars en barbiers voor in de plaats kwam. Een Brazilian wax of bezoek aan de kroeg met je vrienden kun je nu eenmaal niet bestellen via een webwinkel, dus daar zat nog rek in.

Maar nu stuitte Slob op een nieuwe reden voor de gedaalde winkelleegstand: er waren simpelweg minder winkelpanden. Jarenlang was het een van de zekerheden des levens: de zon komt op in het oosten, en het aantal Nederlandse winkelpanden ligt iets boven de 222 duizend. Maar nu waren er in een klap 2000 verdwenen. ‘We doen dit al sinds 2004, maar zo’n groot aantal hadden we nog nooit meegemaakt. En dat terwijl het nu niet eens crisis is.’

Wat bleek: de winkelpanden waren omgetoverd tot woningen. De woningschaarste is op veel plekken groot, dus slaan gemeenten twee vliegen in één klap, legt Slob uit: meer woningen én minder winkelleegstand. Want wat er niet is, kan niet leeg staan. Gemeenten komen langzaam tot de ontnuchterende ontdekking dat het meest realistische medicijn tegen winkelleegstand niet een florerende detailhandel is, maar minder winkels.

Een van de fraaiste boekwinkels van Nederland zal binnenkort ook opduiken in de statistieken van Locatus. Op 1 juni sluit Bek Boeken & Bijzonders uit Veghel na meer dan tachtig jaar zijn deuren. ‘Doe eens gek hou van Bek’, staat op een bordje in de winkel, online door bibliofielen geroemd om zijn statige houten interieur en met trompetterende cherubijntjes beschilderde, gewelfde plafond. Maar de liefde van de boekenliefhebber bleek niet groot genoeg. De goede decembermaand, de eerste in jaren, gaf nog enige hoop, vertelt bedrijfsleider Anouk van der Zee (33), maar de jaarcijfers waren toch weer slechter dan het jaar ervoor. ‘Dan moet je jezelf de vraag stellen: kunnen we op deze manier nog de lichten aan laten en de lonen betalen? Het antwoord was nee.’


De belangrijkste reden voor de ondergang van Bek: het ‘dikke blauwe mannetje’, oftewel Bol.com, zoals Johan Dollekamp (62) van de Hengelose platenzaak Popeye de schrokop onder de Nederlandse webwinkels aanduidt. Met Popeye, meermaals verkozen tot beste platenzaak van het land, gaat het nog altijd prima, maak je geen zorgen, vertelt Dollekamp terwijl hij koffie staat te drinken met een van zijn vele trouwe klanten. Maar hij ziet aan alle kanten hoe het dikke blauwe mannetje zich vol vreet ten koste van de middenstand. Godbetert met zijn eigen dochter had hij het er laatst nog over toen zij een van de Game of Thrones-boeken van George R. R. Martin wilde bestellen. ‘M’n dochter woont in Utrecht. Ik zei tegen haar: ‘In Utrecht zitten hele goede boekhandels. Dus ga nou niet achter je computertje bij het blauwe mannetje bestellen, maar ga naar een echte boekwinkel. Daar lopen allerlei mensen rond die je kunnen adviseren.’

Klanten adviseren doen Van der Zee en haar collega’s van Bek Boeken tot ze een ons wegen, maar niet zelden gebeurt het dat klanten gewapend met dat advies toch lekker naar Bol.com stappen. ‘Dan komen ze bij ons inspiratie opdoen voor de feestdagen. Dan zie ik ze met hun telefoon een foto maken van een boek en vervolgens de winkel uitlopen. Dat boek zetten ze op hun verlanglijstje, en als ze het dan krijgen met Sinterklaas, is het negen van de tien keer via Bol.’

Frustrerende dialogen
En het gekke is dat Bek Boeken in veel gevallen even duur of zelfs goedkoper is dan Bol.com. ‘Bij Nederlandstalige boeken, de hoofdmoot van onze winkelvoorraad, bieden wij exact dezelfde prijs als Bol’, zegt Van der Zee. En als je een boek gewoon in de winkel koopt dan zijn er – je verwacht het niet – geen verzendkosten. Maar bestellen bij Bol zit zo ingebakken bij klanten, dat dikwijls geen enkel argument helpt.

Van der Zee heeft inmiddels een heel repertoire aan frustrerende dialogen met klanten. ‘Dan zeg je tegen een klant: ‘We hebben het boek nu niet op voorraad, maar we kunnen het voor u bestellen’.

‘Ja maar ik kom hier niet uit de buurt vandaan.’

‘Geen probleem, we kunnen het laten thuisbezorgen.’

‘Nee, ik bestel het zelf wel online.’

‘Maar onze boeken worden ook door PostNL bezorgd, en we maken gebruik van hetzelfde distributiecentrum, dus we zijn even snel als Bol. En wij bieden vanaf 15 euro geen verzendkosten, Bol pas vanaf 20 euro.’

‘Nee, bedankt, toch maar niet.’

Bijna alle winkeliers hebben wel zo’n repertoire. De klant is koning, maar het gedrag van klanten is niet altijd even koninklijk, merkt Gonneke van der Vijver van Meneer Paprika, de grootste speelgoedwinkel van Haarlem – twee verdiepingen vol kinetisch zand, actiefiguren, modeltreintjes, kinderboeken, monsterpakken en prinsessenjurken, plus een café met quesadillas en Elvis-tosti’s met pindakaas en banaan. ‘Mensen lopen bij ons naar binnen om speelgoed op te meten voordat ze het ergens anders online bestellen. Sommige mensen zeggen het letterlijk: ‘Ik kom even kijken hoe groot het uitvalt.’ En daarna surfen ze naar Bol.’

Veredelde retourbalies
In het Drentse Nieuw-Amsterdam staat de beste fietsenzaak van Nederland: 2Wielers Martin Jeuring. Die eretitel kreeg hij in juni van het RTL 4-programma De Beste van Nederland. Jeuring krijgt te pas en te onpas opa’s en oma’s over de vloer die met hun kleinkind komen passen welke maat kinderfiets ze het beste kunnen kopen. ‘Maar het is vaak: wel passen, niet kopen. Dan bestellen ze liever online een fiets uit China. Die is de helft goedkoper, maar hij roest al in de folder, dus een of twee maanden later komen ze bij mij om hem te laten repareren.’

‘De vakkennis van de winkelier wordt misbruikt om online te kopen’, merkt Barry Witte in zijn eigen gitaarwinkel. Net als Jeuring verdient hij tenminste nog geld met reparaties van online bestelde instrumenten. Maar het wringt wel, want de webwinkels kunnen mede zo goedkoop zijn door te besparen op vakkennis als die van Barry Witte of Martin Jeuring. ‘Veredelde retourbalies’, noemt Witte de webwinkels, ‘met zo min mogelijk vakkundig personeel, want die kosten geld’.

Hoe vaak winkeliers het niet meemaken dat klanten een telefoon onder hun neus duwen, met daarop een screenshot van een webwinkel, waar een product net iets goedkoper is dan in hun winkel. Of de winkelier maar even zijn prijs kan laten zakken. ‘In veel gevallen kom je dan onder de inkoopprijs’, zegt Witte. ‘De nulgrens is bereikt. Winkels kosten geld. Er is altijd iemand met een robot op een industrieterrein die het goedkoper kan inpakken en langer kan doorgaan dan ik. Maar ik heb gewoon een gezin.’

‘Bij Bol.com ligt de verkoopprijs van speelgoed soms twee euro boven onze inkoopprijs’, zegt Gonneke van der Vijver van Meneer Paprika. Helemaal in z’n uppie kan een speelgoedwinkel uit Haarlem nooit zo scherp inkopen als het met diepe zakken en grote schaal gezegende Bol.com en zijn eigenaar Ahold. ‘Van die twee euro zou ik dan salarissen van m’n personeel moeten betalen, de huur van het pand en gas, water en licht. Dat is onmogelijk. Dan denk ik: dan ben je als webshop moedwillig bezig om een ander kapot te maken.’

Gonneke van der Vijver van Meneer Paprika in Haarlem: ‘Mensen lopen bij ons naar binnen om speelgoed op te meten voordat ze het ergens anders online bestellen'.

Het is belangrijk dat mensen beseffen dat als ze winkelstraten willen behouden, ze ook hun koopgedrag moeten aanpassen, zegt Van der Vijver. ‘Het lastige is: mensen kiezen toch vaak voor hun portemonnee, en dat is natuurlijk heel goed te begrijpen. Maar het is wel fijn als mensen zich realiseren dat ik niet per se duur ben, maar die webwinkels absurd goedkoop. Wij houden ons simpelweg aan de adviesprijzen en afgesproken marges van de speelgoedmerken.’

‘Mensen hebben niet door hoe groot hun persoonlijke verantwoordelijkheid is om een winkelstraat levend te houden’, zegt Van der Zee, bezig aan haar laatste 3,5 maand als bedrijfsleider van Bek Boeken. ‘Dan vertellen ze ‘Ach, ik koop wel eens wat bij een boekhandel en ook wel eens wat online, dus ik spreid het een beetje’. Maar één boek per half jaar in een echte winkel kopen, daar kunnen wij niet van leven.’

Het is doodsimpel, zegt Barry Witte. ‘Als je niet wilt dat een winkel weggaat, dan kun je maar één ding doen: dáár kopen. Support your local dealer, noemen ze dat.’